DE UITDAGING: EEN LOODS BEWOONBAAR MAKEN
Een loods biedt ruimte en rauw karakter, maar ook een lijstje ongemakken. 310 ongeïsoleerde vierkante meters, met aan de straatzijde een rij voormalige kantoren. De vragen stapelden zich op. Hoe houd je het aangenaam zonder de openheid te verliezen? Hoe voorkom je dat je je klein voelt onder een plafond van bijna vier meter? Waar ga je slapen, waar ga je wonen, en wat komt er in die kantoren?
DE AANPAK: EERST ISOLEREN, DAN ZONEREN
Eerst het onzichtbare werk. Dak, vloer, gevels en nieuwe lichtstraten werden volledig geïsoleerd, met vloerverwarming door de hele ruimte. Op de plekken waar men zit, kwam extra infraroodverwarming, verstopt uit het zicht. Achteraf bleek die nauwelijks nodig. Zelfs de grote, traag draaiende industriële ventilatoren die bedacht waren om de warmte te spreiden, waren niet nodig.
Dan de indeling. Dwars door de ruimte loopt een houten kastenwand, van voor tot achter en net uit het midden, in het verlengde van de aanbouw aan de achterzijde. Die wand doet meer dan opbergen. Hij maakt van een taps toelopend volume een rechthoekige ruimte, en verdeelt de loods in twee lange helften waar u volledig omheen kunt lopen.
Op het ritme van de stalen balken ontstonden vervolgens de zones: aan de achterzijde bij het terras een zithoek en een plek om te koken en te eten. Dieper in de ruimte, verder langs de kastenwand, een leesjungle met bibliotheek en werkplek. De kasten lopen bewust niet tot het plafond. Zo blijft het grote open loodsgevoel intact, terwijl u zich toch tussen de planten kunt terugtrekken in een comfortabele fauteuil.
De inspiratie kwam voor een deel uit het Braziliaanse brutalisme van Oscar Niemeyer. Pure, rauwe materialen en grote gebaren als basis, verzacht door hout en groen.