DE KINDERKAMERS: DRIE KARAKTERS, DRIE WERELDEN
Kinderkamers horen helemaal niet even groot te zijn. Ze horen ontworpen te worden passend bij het karakter van ieder kind. De één houdt van wegkruipen in een hoek met een boek, de ander van vriendinnen uitnodigen op de kamer.
Elk kind kreeg dus een kamer die past bij wie het is. De jongste zoon slaapt op dezelfde verdieping als zijn ouders, dicht bij hen. Junglebehang van vloer tot plafond. Kleurrijk, stevig en op de groei.
De middelste zoon heeft een ruime kamer op dezelfde overloop. Hij is een stille dagdromer en Lego-bouwer. Boven zijn hoogslaper: een lichtgevend sterrenstelsel op het plafond. Zijn eigen universum. Beneden: een cocon met een bureau en zijn metalen kast vol schatten. De muur ertegenover vangt door de metallic verf de schittering van het daglicht.
De oudste dochter slaapt op de tweede verdieping. Haar kamer is in haar favoriete kleuren, zacht roze met rosé-goud behang. Een twijfelaar, een bureau groot genoeg voor twee stoelen zodat er een vriendin bij kan, wandkastjes en vitrinekubussen voor haar knutselwerk. Eigenwijs, sociaal, en een eigen verdieping. Dat past.
HET RESULTAAT
De opdrachtgever wilde een plek om met het hele gezin tot rust te komen. Ze wilden een huis waar het gezin samen kon zijn. Ze kregen wat ze zochten.
Het sousterrain absorbeert het dagelijkse komen en gaan. De woonlaag is stil als het moet, vol als het mag. De kinderkamers zijn persoonlijk tot op het plafond. En de theatertrap, het element dat niemand had gevraagd, is uitgegroeid tot de plek waar het gezin het vaakst samen is.
Dat is wat een interieur moet doen: uw leven op uw eigen voorwaarden mogelijk maken.