Interieurontwerp vrijstaande villa Rhoon — woonkamer met stalen pui en mountain oak vloer

waarom de entree altijd te klein is

De entreeruimte in de meeste woningen is niet meegegroeid met het moderne leven. De hal is even groot als dertig jaar geleden. Maar het aantal jassen, tassen, schoenen, pakketjes en andere dagelijkse spullen dat er doorheen stroomt is vertienvoudigd. Het resultaat: het is er binnen no-time een zooi. Dat is geen opbergprobleem. Het is een architectuurprobleem.

Waarom er zoveel meer door de entree stroomt

Waar vroeger één overjas per persoon en een paraplu bij de deur hingen, zijn dat er nu misschien wel vijf of meer per persoon. Sportjas, regenjas, hardloopjas, windjas, nette jas. Elk gezinslid met een eigen activiteitenpatroon vermenigvuldigt dat getal. Daarbij komen schooltassen, sporttassen, boodschappentassen en rugzakken. En dan zijn er de kleine dagelijkse spullen die anders nergens thuishoren: sleutels, post, zonnebrillen, handschoenen, oordopjes. En in het laatste decennium is er nog iets bijgekomen: pakketjes.

Ook het schoenbezit is in omvang explosief toegenomen. Meerdere paren nette werkschoenen, verschillende casual schoenen, sportschoenen voor elke activiteit, sloffen voor binnen, laarzen voor als het weer er om vraagt, en ga zo maar door. Maar ook de opslag van schoenen verplaatst zich steeds vaker van de slaapkamer naar de entree. Praktisch, want u trekt ze bij de deur aan en uit, maar dat legt een enorme druk op een ruimte die er niet voor gebouwd is.

De entree is ook een psychologische overgang

De term "decompressiezone" wint terrein: de entree als psychologische overgang tussen publiek en privé. Maar het is ook iets dat al veel langer bestaat. Veel oude herenhuizen hebben een vestibule. Letterlijk een voorportaal tussen hal en voordeur. En buiten gaat die overgang vaak nog even verder: Een paar traptreden, een klein afdakje. Al deze dingen zorgen ervoor dat uw brein dit ervaart als overgangszone.

Cognitief psycholoog Gabriel Radvansky ontdekte dat het lopen door een deuropening meetbaar vergeten veroorzaakt. Het brein sluit een hoofdstuk af en opent een nieuw. Voor iemand die thuiskomt na een lange werkdag, kan de entree dus letterlijk de plek zijn waar de buitenwereld achterblijft. Jas op zijn plek, sleutels op hun vaste plek, tas opgeborgen.

Wat vraagt de entree van het ontwerp?

Het gaat niet om kapstokhaken. Het gaat om georganiseerd opbergen en achterlaten. Plek voor bovenkleding per gezinslid. Plek voor tassen en rugzakken. Plek voor schoenen. Een vaste plek voor de kleine dagelijkse spullen. Een zitplek om schoenen aan en uit te trekken. Goed nadenken over de logistiek rondom bezorgdiensten. En een spiegel voor een laatste controle voor vertrek, net zo belangrijk als honderd jaar geleden.

Hoe dat vormgegeven wordt, is iets tussen u en de interieurarchitect. Wat vaststaat: de entree verdient dezelfde ontwerpaandacht als de keuken of de woonkamer.

Benieuwd hoe dit in de praktijk wordt opgelost? Bekijk de werkwijze van Masters of Interior Design, of lees waarom een mooi huis nog niet als thuis voelt.

Reactie plaatsen