

INTERIEURONTWERPER

Het is een winterse zaterdagavond in 1995. Pyjama aan, bakjes paprikachips klaar, glazen cola gevuld. Samen met mijn ouders en broertje zit ik er helemaal klaar voor.
Mijn hoogtepunt van de week: TV Woonmagazine.
Daar pakt hij zijn zwarte stift en begint te schetsen in zijn witte boek. Wat gaat hij vandaag nu weer bedenken? Met wat voor geniale oplossing gaat hij nu weer komen? En daarna, als het bouwteam is gestart, en er volop is geshopt, gezocht naar precies de juiste items, kan ik al niet meer wachten op volgende week.
De rest van het gezin zit chips te eten. Mijn bakje is nog vol want ik zit met mijn neus tegen de beeldbuis aangeplakt.
De man op tv was natuurlijk Jan des Bouvrie. En wat mij pakte was niet het witte interieur of de symmetrie waar hij bekend om stond. Het was hoe hij keek. Hij zei niet: hier komt een bank. Hij liet zien hoe u daar straks zit, met de krant, een kop koffie, uitzicht op de tuin.
Hij koppelde elk meubel aan een moment. Elke ingreep aan hoe het zou voelen om ín die ruimte te zijn. Dat begreep ik toen nog niet met die woorden. Maar ik voelde het elke zaterdagavond opnieuw.
En dus tekende ik. En tekende ik. Stapels met schetsboeken. Dikke witte vellen, spiraalband en een mooie kleurrijke kaft.
Hele huizen. Plattegronden, doorsnedes, perspectieven. Soms met mijzelf als droomopdrachtgever: vijf zwembaden, glijbanen, trampolines.
Maar net zo vaak zat ik te bedenken hoe het licht door hoge ramen naar binnen zou vallen. Welk materiaal de vloer zou hebben en hoe dat zou voelen onder mijn blote voeten.
Hoe iemand die ruimte zou binnenlopen en dan even zou stilstaan. Elk schetsboek iets beter dan het vorige. Minder zwembaden, meer sfeer.
Terwijl anderen nog twijfelden tussen superheld, piloot of politieagent, was mijn keuze al gemaakt.
Halverwege de Design Academy Eindhoven nam ik een tussenjaar. Ik ging de hospitality in. Serveren bij diners voor de directie van Philips in Eindhoven. Reisleider in Zuid-Spanje, waar ik elke dag zorgde dat iedereen het naar zijn zin had. Van kroegentocht tot aquarobics, van bungee jumpen tot skinny dippen. Het was tijdelijk, maar het raakte mij meer dan verwacht. Ik leerde verwachtingen lezen, momenten creëren, en begrijpen wat mensen werkelijk nodig hebben om zich op hun gemak te voelen.
Na mijn afstuderen opende ik mijn eigen ontwerpstudio. Onder een hoogslaper, in een studentenhuis, met als vervoersmiddel een fiets van tien euro. Ik ging altijd naar de klant toe. Deels omdat ik oprecht wilde zien hoe ze leefden. Deels, natuurlijk, omdat ik ze onmogelijk kon uitnodigen in mijn studentenkamer van 9m2.
Een van mijn eerste projecten was een appartement in een complex dat Groot Paradijs heette. Mijn opdrachtgever, een man van vijfenzestig, was net zijn vrouw verloren en verhuisde van een boerderij naar de stad. Ik ontwierp zijn nieuwe interieur. Zijn nieuwe leven, eigenlijk. Een paar maanden later had hij een nieuwe partner ontmoet. Hij houdt mij daar nog steeds verantwoordelijk voor.
Dat moment veranderde hoe ik naar het vak keek. Het ging om waaróm iets er zo uit moet zien. Toen mijn pad in 2015 kruiste met dat van Sven van Buuren, herkende ik direct iets in hem. Sven denkt vanuit de architectuur: structuur, verhoudingen, techniek. Ik denk vanuit de beleving: ritme, tactiliteit, hoe een ruimte voelt als u er doorheen beweegt. Samen kwamen we verder dan we los ooit zouden komen.
Marc Müskens (1983) studeerde aan de Design Academy Eindhoven onder begeleiding van Lidewij Edelkoort en Liesbeth van der Pol. Hij is mede-oprichter van Masters of Interior Design, oprichter van de Beyond Interior Design Podcast en de Beyond Interior Design Club voor interieurontwerpers wereldwijd.